|
Siberian
Husky
Klub
voor
Nederland
|
|
Inhoudsopgave
Schijn bedriegt en biopteren is weten Zoals iedereen weet komen er bij honden regelmatig bultjes, knobbeltjes of andere oneffenheden voor. Deze kunnen veroorzaakt worden door ontstekingen, maar ook tumoren komen vaak voor. Er wordt wel aangegeven dat ongeveer 30% van de honden gedurende zijn of haar leven een vorm van kanker ontwikkelt!! Gezwellen kunnen onderverdeeld worden in goedaardige (ook wel benigne genoemd) en kwaadaardige (ook wel maligne genoemd) gezwellen. Sommige tumoren hebben een dermate kenmerkend aspect of uiterlijk dat er op zich met grote waarschijnlijkheid gezegd kan worden welk type tumor het is. Echter er staat hier niet voor niets met grote waarschijnlijkheid, want dat is iets anders dan met 100% zekerheid! Een bekend voorbeeld is de welbekende vetbult oftewel lipoom. Deze tumor komt zeer veel voor, vooral bij oudere honden en is een goedaardig gezwel, uitgaande van vetweefsel. Het nadeel is dat - omdat deze bult zo vaak voorkomt en meestal gekenmerkt wordt door een wat weke, goed afgeronde massa onder de huid - alle bulten die er ongeveer zo uitzien door eigenaren (en helaas soms ook door dierenartsen) worden afgedaan als vetbult. Dit terwijl sommige kwaadaardige tumoren zoals mastocytomen sterk op lipomen kunnen lijken en een heel andere behandeling en prognose hebben. Het niet tijdig behandelen van deze tumoren kan een sterk nadelig effect op de levenskansen van het dier hebben.
Bovenstaande voorbeelden geven aan hoe belangrijk het nemen van een biopt is om het vermoeden te bevestigen. Er bestaan verschillende manieren om biopten te nemen, welke hieronder besproken zullen worden.
Dunne Naald Aspiratie biopten Hierbij wordt met een dun naaldje wat materiaal uit het proces gehaald en op een glaasje uitgestreken. Deze glaasjes worden dan vervolgens (in het laboratorium) onder de microscoop bekeken. Voordeel van deze methode is dat het snel is, niet belastend voor het dier, geeft snel een uitslag en het is goedkoop. Nadeel is dat het niet altijd voldoende materiaal geeft voor het stellen van de diagnose en dat het, omdat je slechts losse cellen bekijkt, geen informatie geeft over de groeiwijze van het proces. Incisie biopten Hierbij wordt een stukje van het proces (operatief) verwijderd en opgestuurd. Voordeel is dat je nu wel informatie over de groeiwijze krijgt en ook wat meer over de graad van de tumor vertelt, waardoor je een definitieve operatie beter kunt inschatten en plannen. Nadeel is: hogere kosten dan naaldbiopten, langere duur voor uitslag en het feit dat je door een tumor heen snijdt, met kans op verspreiding van tumorcellen door je mes. Bij een volgende operatie zul je dus ook altijd het gebied van het biopt ruim weg moeten snijden. Excisie biopten Hierbij wordt het gehele proces weggesneden en dan opgestuurd. Voordeel is dat gelijk de tumor weg is en je dus mogelijk in een keer klaar bent. Nadeel is dat als de tumor toch een ander groeipatroon heeft dan je verwachtte, je soms niet ruim genoeg verwijderd hebt en er alsnog een tweede uitgebreidere operatie moet volgen. Kortom: er zijn diverse manieren om biopten te nemen, elk met zijn voor- en nadelen. Maar het moraal van het verhaal is: bij ontdekte bultjes of knobbels is het altijd verstandig om biopten te laten nemen, want dan pas weet je zeker waar je over praat en kun je een juiste beslissing nemen over een eventuele verdere behandeling. Arno Roos, DAP Korte Akkeren en Westergouwe
Ook voor de vergeetachtige hond een pilletje Huisdier angstig en depressief?
Zijn baasje hoeft zich daar niet langer bij neer te legen. Gewoon meenemen naar
de dierenarts. Want medicijnen die het welzijn van dieren beïnvloeden zijn in
Nederland in opkomst. De Utrechtse diergedragskundige Matthijs Schilder weet er
alles van. Hij behandelt in Utrecht huisdieren met ernstige gedragsproblemen. "Honden hebben vaal relatieproblemen met hun baasje. De karakters passen niet bij elkaar, de communicatie met het dier verloopt niet goed of het dier is niet goed opgevoed. Dat uit zich in agressie of angsten. Bij katten zit de huisvesting vaak dwars. Dan wonen ze bijvoorbeeld in een huis met een andere kat of een ander dier waar ze niet mee overweg kunnen. Dat uit zich onder andere in nervositeit, sproeien (plassen) en huidklachten." Depressieve katten en honden met een angstige angst krijgen soms prozac of een vergelijkbaar middel. Wat doet dat met hen? "Hetzelfde als met mensen: de depressie en angsten nemen af. Tenminste, als het middel aanslaat. Want in dat opzicht is het ook net als bij mensen. Soms heeft prozac niet het gewenste effect, of klopt de dosering niet. Dan gaat de dierenarts, zoals een psychiater ook doet, op zoek naar een andere dosering die wel aanslaat of je kiest een ander medicijn." En blijven de honden en katten dan de rest van hun leven aan de pillen? "Dat is niet de bedoeling. We hopen met de pillen de angsten van een dier weg te nemen zodat het weer aan trainingen kan deelnemen en ander gedrag kan aanleren. Want als een hond volstrekt lusteloos is of veel te angstig om ook maar iets te ondernemen, is het dier minder goed in staat te leren dat dingen ook leuk kunnen zijn." Wanneer krijgen huisdieren dit soort medicijnen voorgeschreven? "In Nederland schrijven dierenartsen dit soort pillen pas in uiterste nood voor. Dus als in laten slapen het enige alternatief is. We zijn net als in de humane geneeskunde ook in de diergeneeskunde terughoudend met medicatie bij psychische problemen. We proberen ook bij dieren liever het gedrag te veranderen met trainingen en therapieën. Als wij de relatie tussen dier en baas bestuderen, ontdekken we bijvoorbeeld dat de eigenaar zijn pittige hond niet de baas is, waardoor het gedrag ontspoort. In plaats van pillen om agressief gedrag te onderdrukken, stellen wij dan herplaatsing voor bij een strengere baas die de hond in het gareel kan houden." Herkennen baasjes depressie, dementie en adhd wel bij hun huisdieren? "Baasjes die dit soort psychische problemen uit hun omgeving kennen, vaak wel. Dan zien ze overeenkomsten tussen de dementerende oma en de vergeetachtige hond, of tussen het adhd-kind en de drukke hond. Want net als een kind met adhd, kan een hond met adhd ook nauwelijks stilzitten. Zo’n hond slaapt overdag nauwelijks. Doet alles snel, heeft een slechte concentratie en is nauwelijks uit te laten want hij vliegt alle kanten op. We schreven adhd-honden in het verleden weleens ritalin voor, zoals kinderen ook krijgen. Maar daar zijn we op teruggekomen. Het heeft vaak niet het gewenste effect."
Dus niet alle medicijnen werken bij dieren? "Nee. Bepaalde werkzame stoffen hebben bij sommige dieren geen enkel effect en andersom. Er komen ook steeds meer middelen die speciaal zijn ontwikkeld voor het welzijn van dieren. Zo is er specialistische voeding die dementie tegengaat en zijn er sinds enkele jaren kalmerende sprayen verdampers op de markt op basis van feromonen die dieren afscheiden." (GPD). (Dit artikel werd overgenomen uit de Leeuwarder Courant van 15 augustus 2008)
Wat velen niet weten is dat chocolade voor hond grote problemen kan opleveren. Dan hebben we het natuurlijk niet over de hondenchocolaatjes die u in de dierenspeciaalzaak kunt kopen, maar over chocolade die wij mensen zo graag lusten. Cacaobonen Chocolade wordt gemaakt van onder andere cacaobonen en deze cacaobonen zijn de grote boosdoener. In cacao zit namelijk de stof theobromine, die schadelijk is voor onze honden en zelfs levensbedreigend kan zijn. Theobromine zorgt voor diverse reacties in het lichaam: prikkeling van het centrale zenuwstelsel, directe prikkeling van de hartspier, verhoogde afscheiding van maagsap, verslapping van de gladde musculatuur, verwijding van daarop betrekking hebbende vaten en bevordering van de afscheiding van urine. Ook bij de mens zijn dit gevolgen van het eten van chocolade, maar wij hebben daar in veel mindere mate last van. Oorzaak hiervan is het lichaamsgewicht dat bij mensen over het algemeen hoger ligt dan bij honden en dat wij niet ongenuanceerd chocolade eten, hetgeen bij een hond die iets 'steelt' wel het geval is. Een reep chocolade van 100 gram die door een hond van 4 kilogram van tafel wordt 'gestolen', heeft eenzelfde effect op het lichaam als een volwassen persoon van 80 kilogram die 2 kilogram chocolade eet Soorten chocolade Terug naar de cacaobonen, want deze maken ook nog een verschil in soorten chocolade. In de peul van een cacaoboon, die aan de cacaoboom hangt, zitten tussen de 20 en 60 bonen in een zoete pulp. In de kern van een cacaoboon zit procentueel 1,3 tot 3 procent theobromine. In de schil van een cacaoboon zit 0,5 tot 2 procent theobromine. Met name de cacaokernen worden gebruikt voor het maken van chocolade. Chocolade kunnen we vervolgens onderscheiden in vier soorten: de bakkerschocolade (bevat 1,365 % theobromine); pure chocolade (bevat 0,528% theobromine); melkchocolade (bevat 0,154 % theobromine en witte chocolade waarin deze stof praktisch niet voorkomt. Daarmee is ook duidelijk dat het per ongeluk opeten van een reep melkchocolade minder erg is dan een stuk bakkerschocolade: Voorbeeld Een voorbeeld voor de beeldvorming: weegt een hond 2 kilogram dan is 130 gram melkchocolade en 15 gram pure chocolade al teveel. Voor een hond van 18 kilogram is dit 1169 gram melkchocolade en 132 gram pure chocolade. Deze hoeveelheden zijn teveel en leiden dus al tot ernstige problemen. Dit voorbeeld is slechts een richtlijn; een individuele hond kan veel heftiger reageren op de inname van chocolade. Symptomen De eerste aanwijzingen van een vergiftiging openbaren zich ongeveer drie tot vier uur na inname van de chocolade. De symptomen die kunnen voorkomen zijn:
In ernstige situaties kan de hond zelfs overlijden. Verschijnselen die zich pas na 2 tot 3 dagen manifesteren zijn: ontsteking van de alvleesklier door het hoge vetgehalte van de chocolade en de gevolgen van beschadigingen van de hartspier, zoals een acute hartstilstand. Behandeling Een dierenarts heeft geen medicijn of een antistof tegen deze vergiftiging. De enige mogelijkheid is het bestrijden van de symptomen. Dit betekent als binnen een uur wordt geconstateerd dat de hond chocolade heeft gegeten, braken moet worden opgewekt dan wel de maag moet worden leeggepompt. Daarnaast moet worden geprobeerd om de schadelijke stoffen zo snel mogelijk uit het lichaam te krijgen. Dit gebeurt door de dierenarts meestal op meerdere fronten. Heeft de hond al spiertrillingen en/of krampen dan zal hij onder narcose worden gebracht om rustig te worden; een infuus wordt ingebracht om extra vocht toe te kunnen dienen; een katheter wordt in de plasbuis gebracht om de afvalstoffen zo snel mogelijk te verwijderen; en tenslotte zal de hond Norit (actieve kool) krijgen om de schadelijke stoffen in het darmstelsel te absorberen. De kans op een hartstilstand of een ernstige beschadiging van de hartspier is echter bij een chocoladevergiftig aanzienlijk Conclusie Zorg dat chocolade te allen tijde buiten het bereik van uw honden blijft. Heeft de hond onverhoopt toch chocolade gegeten, neem geen risico, ga altijd direct naar de dierenarts!
De partus (geboorte) van de hond Cyclus van de vrouwelijke hond Teefjes worden meestal twee keer per jaar loops. Dit merk je aan de bloederige uitvloeiing, haar gedrag en ook het gedrag van de reutjes. Reutjes en teefjes zijn erg in elkaar geïnteresseerd en sommige honden hebben ook wegloopneigingen. De cyclus van de vrouwelijke hond is in te delen in een paar periodes:
Elk deel van de cyclus heeft andere gedragskenmerken. Na de metoestrus volgt dan weer een anoestrus. Bij elkaar duurt een cyclus zo’n 6 maanden. De dekking kan alleen plaatsvinden in de vruchtbare periode (oestrus). Je merkt aan het gedrag van de hond dat ze gedekt wil worden. Ze houdt de staart opzij en vertoond een sta reflex. Dit wil zeggen dat ze stokstijf blijft als de reu in de buurt is. Bij een dekking gaan de zaadcellen richting de eicellen en komen elkaar tegen in de eileiders. Bevruchting van de eitjes vindt plaats in de eileiders. Vaststellen van de dracht Er zijn verschillende manieren om de dracht te constateren bij een dier, nl.:
De draagtijd De gemiddelde draagtijd van de hond zit tussen de 59 en 67 dagen. Maar de draagtijd is ook afhankelijk van de worpgrootte. Hoe meer pups, des te korter de draagtijd. Ook het ras is van invloed. Grotere rassen krijgen over het algemeen meer pups en hebben dus ook een kortere draagtijd. Duurt de dracht minder dan 59 dagen of langer dan 67 dagen, dan moet de dierenarts gewaarschuwd worden. Je kunt de dracht indelen op enkele tijdstippen:
Na 8 dagen komt de bevruchte eicel in de baarmoeder aan. Daarna verspreiden de eicellen zich over de gehele baarmoeder zodat ze elk evenveel ruimte hebben om te groeien. Na 14 dagen verdikt de baarmoederwand (endometrium) en de eicellen nestelen zich hier in. Gedurende twee weken deelt de eicel zich enkele malen totdat een celklomp ontstaat omgeven door een vochtblaas. De vochtblazen nemen in grootte toe doordat de cellen vocht afscheiden. Tussen de 24e en 32e dag kun je deze vochtblazen voelen. Dit voelt aan als een kralensnoer. Na 32 dagen wordt de gehele baarmoeder groter. Na 35 dagen zien de ontwikkelende pups er als hondjes uit. Je kunt dan zien of het reutjes of teefjes zijn. Het skelet is nog van kraakbeen, dus kun je ze nog niet op een röntgenfoto zien. Na 40 dagen krijgen de pups een vacht, ze krijgen nageltjes en ze krijgen een kleur door de beginnende pigmentatie. Het skelet verbeent. Je zou nu een röntgenfoto kunnen maken om te tellen hoeveel pups er geboren zullen worden. De geboorte (partus) De omgeving waarin de teef moet werpen bepaalt sterk een normaal en rustig verloop van de geboorte. Verstoringen kunnen de partus vertragen of zelfs tot stilstand brengen. Vaak is de aanwezigheid van de eigenaar van gunstige invloed. De partus bestaat uit drie fasen: de voorbereidingsfase, de ontsluitingsfase en de uitdrijvingsfase. Tijdens de voorbereidingsfase is de teef zich aan het voorbereiden op de komst van de pups. Ze kan onrustig worden en kan nestbouwgedrag vertonen. Er kan zelfs al melk op de melkklieren verschijnen. Tijdens de ontsluitingsfase heeft de teef weeën. Deze beginnen 12-24 uur voordat de pups geboren worden. De lichaamstemperatuur daalt en de teef heeft bijna geen eetlust. Ze plast en ontlast meer dan normaal. Het is dus belangrijk dat ze veel uitgelaten wordt, of dat ze zelf naar buiten kan komen. Als de uitdrijvingsfase is aangebroken zal de ademhaling van de hond gaan versnellen. Sommige honden kunnen zelfs gaan braken. Als de teef gaat persen, is de uitdrijvingsfase echt begonnen. Wanneer er een pup in de bekkenholte ligt, ontstaat er een reflex die ervoor zorgt dat de hond persweeën krijgt. Het persen kan lang duren, vooral als het de eerste pup betreft. Wordt de vochtblaas of de pup zichtbaar dan mag het niet meer dan een uur duren. De volgende pups moeten dan binnen het halfuur geboren worden. Gemiddeld duurt het ongeveer drie kwartier tussen de geboortes van twee pups. Pups kunnen in kopligging of in stuitligging (achterpootjes eerst) geboren worden. Vaak zitten de jongen nog in de vliezen. Deze verbreken ze zelfdoor hun gespartel of de moederhond doet dit door ze te likken. Soms is het nodig dat de eigenaar van de hond de vliezen verbreekt. Elke pup heeft zijn eigen moederkoek. Deze komt als regel na elke pup. Bij vleeseters is de nageboorte groen van kleur. De teef eet deze meestal op. Door het opeten van de nageboorte kan de teef diarree krijgen. Laat ze daarom niet alle nageboorte opeten. Het drooglikken van de pups is belangrijk als stimulatie van de ademhaling en van de band tussen moeder en pup. Wanneer de pups droog gelikt zijn gaan ze op zoek naar een tepel en zo komt de melkgift op gang.
De eerste melk; biest (of in het Latijn Colostrum) heeft een speciale samenstelling. De melk bevat veel antistoffen tegen ziekten waar de moederhond mee in aanraking is geweest. Omdat het afweersysteem van de pup pas na enkele weken volledig gaat werken, is het heel belangrijk dat ze deze biest binnenkrijgen.
De pup die niet zindelijk werd Zindelijkheidstraining is iets wat natuurlijk vooral speelt bij honden die in huis wonen, want in de kennel zal het probleem minder opvallen. Echter ook voor mensen met uitsluitend wedstrijd-husky’s is dit verhaal interessant omdat er natuurlijk pups van eigen fok naar huisgezinnen gaan, maar ook is het vervelend als een hond tijdens het vervoer zijn hok steeds vervuilt. Dit verhaal gaat over een husky teefje van 5 maanden oud. Ze plaste volgens de eigenaren nog steeds in huis. Er was al van alles geprobeerd, zoals beperkt water geven, om de 2 uur naar buiten, straffen als ze in huis geplast had, maar het had allemaal niet mogen baten. Toen ze bij ons op de praktijk kwam, was er al het nodige aan onderzoek gedaan, diverse keren een urine onderzoek en later zelfs een uitgebreid bloedonderzoek, maar al deze onderzoeken hadden geen afwijkingen laten zien. Bij verder navragen bleek dat het hondje niet echt ging zitten om te plassen, maar overal in huis urine verloor, ook op haar slaapplek. Voor de zekerheid werd nogmaals een urine onderzoek gedaan, maar dit was wederom zonder afwijkingen. Urineverlies Gezien het feit dat er eigenlijk meer sprake was van urineverlies dan van bewust plassen, hebben we het probleem veranderd van onzindelijkheid in incontinentie, want dat was er eigenlijk aan de hand. Om het probleem van incontinentie te begrijpen zullen we de normale gang van zaken bij het vormen en het uitplassen van urine volgen. In de nieren wordt het bloed gefilterd in de glomeruli (soort kleine zeefjes dus eigenlijk), hierbij ontstaat dan de voorurine. In de rest van de nieren wordt zo veel mogelijk water weer terug opgenomen terwijl de afvalstoffen die mee uitgefilterd waren, achterblijven in de urine. Door dit resorberen van vocht is de hoeveelheid urine die de nieren uiteindelijk via de ureteren (=urineleiders) verlaat nog maar een fractie van de hoeveelheid voorurine die aanvankelijk gevormd was. Via de urineleiders wordt de urine afgevoerd naar de blaas, waar deze urineleiders in uitmonden. De blaas is een soort voorraadvat, dat zich langzaam vult met urine. Bij de blaashals bevindt zich een sluitspier en doordat deze aangespannen is, kan de blaas zich vullen, zonder dat de urine er direct weer uitloopt. Als de blaas voller en voller wordt, wordt er een signaal naar de hersenen afgegeven, waardoor je je er van bewust wordt dat er geplast moet worden. Bewust wordt dan de sluitspier van de blaas ontspannen en kan er geplast worden. De urine gaat via de urethra (=plasbuis) via de vagina of penis naar buiten. Urineleiders Incontinentie kan op verschillende manieren ontstaan. Het kan zijn dat de blaassluitspier niet goed werkt, waardoor als de blaas gevuld raakt, urine door de sluitspier heen weglekt. Dit is een reden van incontinentie zoals die bij oudere honden (vooral teven) gezien wordt. Waar deze pup van verdacht werd is iets anders, namelijk het op de verkeerde plek uitmonden van de urineleiders. Dit is een aangeboren afwijking welke vaker bij de Siberische husky voorkomt dan bij andere rassen, en vaker bij teven voorkomt dan bij reuen. De urineleiders monden in dit geval niet uit in de blaas (dus voor de blaassluitspier) maar achter de blaassluitspier in de plasbuis!! Kortom de urine die in de nier gemaakt wordt, komt direct in de plasbuis en de hond heeft hier dus ook geen controle over en zal urine gaan lekken. Operatie Om aan te tonen dat dit inderdaad het geval was met deze pup, hebben we een contrastmiddel in de bloedbaan gespoten, dat via de nieren wordt uitgescheiden. Vervolgens hebben we röntgenfoto’s gemaakt en op deze foto’s was te zien dat de linker urineleider netjes in de blaas uitkwam, maar de rechter urineleider te veel naar achteren in de plasbuis uitmondde. Hiermee was de diagnose dus bewezen. Het hondje is naar de uroloog gegaan en is daar geopereerd waarbij de urineleider op de juiste plek in de blaaswand werd vastgezet. De operatie is goed verlopen, het hondje inmiddels helemaal hersteld en keurig zindelijk. Het verhaal van deze pup maakt duidelijk, dat het erg belangrijk is om bij plassen in huis uit te zoeken of het actief plassen of passief urineverlies is, omdat de mogelijke oorzaken van beide problemen compleet anders zijn en ook een andere benadering nodig hebben om tot een goede diagnose en behandeling te komen. A. Roos D.A.P. Korte Akkeren, Gouda
Buitenlandconsult Wat is een buitenland consult? Het buitenlandconsult is bedoeld voor iedere huisdiereigenaar die van plan is zijn of haar huisdier (hond, kat, fret) mee te nemen over de Nederlandse grens. Op afspraak wordt de eigenaar met zijn huisdier ontvangen op de kliniek en voorziet de dierenarts de eigenaar van alle belangrijke informatie. Het huisdier wordt gecontroleerd, eventueel gevaccineerd of anderszins behandeld. Door het overschrijden van grenzen is de eigenaar onderhevig aan steeds andere eisen van het betreffende land maar ook aan lokale regels in het gebied waar u verblijft en de doorreislanden! Vele ziekten en parasitaire infecties hebben een geografische verspreiding in Europa en door samen het reisplan door te nemen kan de dierenarts u adviseren over de risico’s die u en uw huisdier lopen. In ieder geval zal de dierenarts er voor zorgen dat u en uw huisdier aan alle wettelijke eisen voldoen. Dus als u uw huisdier deze zomer meeneemt op vakantie, maak dan tijdig een afspraak en voorkom zo onnodige/vervelende situaties en zoönosen (ziekten die van dier op mens overgaan). Zomer
Maar jeuk is nog niets vergeleken bij een aantal ziekten dat wordt overgebracht door bijvoorbeeld teken (ziekte van Lyme, Babesiosis) en zandvliegjes (Leishmania). Het is gelukkig niet zo dat elk van deze plaaggeesten beladen is met een overdraagbare ziekte maar oppassen is gewenst! Wist u trouwens dat vlooien overbrengers zijn van een bepaald soort lintworm bij zowel hond als kat? De vlo draagt namelijk deze eitjes bij zich en zodra uw huisdier deze heeft opgegeten ontwikkelen de eitjes zich tot een lintworm. Ontworm uw huisdier daarom regelmatig, zeker wanneer deze vlooien heeft. Wij kunnen u adviseren om preventieve maatregelen te treffen tegen bovengenoemde plaaggeesten en de overdraagbare ziekten die zij bij zich kunnen dragen. Dit betekent dat wij middelen kunnen voorschrijven of toedienen. De keuze is afhankelijk van een aantal factoren zoals: risico voor het milieu, gezinssamenstelling, gevoeligheid van het ras voor bepaalde medicijnen, actueel verspreidingsgebied, wisselwerking met andere stoffen, etc. Nieuw wapen in de strijd tegen teken.
Gebitsverzorging Onze huisdieren worden gemiddeld steeds ouder en het behoud van het gebit is daardoor nog belangrijker geworden. Een vuil gebit staat aan de basis van ontstoken tandvlees en mogelijke hartklepbeschadigingen. De ideale gebitsverzorging bestaat natuurlijk uit dagelijks poetsen. Vaak is dit op den duur door de eigenaar niet op te brengen en wordt er voortdurend gezocht naar nieuwe hulpmiddelen. Deze middelen bevatten stoffen die de bacterieontwikkeling en tandsteenvorming in de bek remmen. Nieuw is het product aquadent, geschikt voor gebruik in het drinkwater. Door de dagelijkse opname worden vieze geurtjes bestreden en wordt het gebit minder snel vuil. Een hotspot, wat is dat eigenlijk? Veel hondeneigenaren hebben het wel eens meegemaakt. Hun trouwe viervoeter lijkt op een plekje wat jeuk te hebben, maar niets alarmerends. De volgende ochtend worden ze begroet door een treurig kijkende hond met een fikse kapotte plek op zijn dij, op zijn kop, op zijn buik of achter zijn oren. Die plek is vaak drijfnat en ziet eruit als rauw vlees. Alleen er naar kijken doet al pijn. Met gezwinde spoed naar de dierenarts die dan met een vrolijke glimlach roept: "Oh, ik zie het al, een hotspot". "Nou, da’s mooi", denk je bij jezelf, "maar waarom doet mijn hond dat nu"? Oorzaak De eerste aanleiding voor het ontstaan van een hotspot is vaak niet meer te achterhalen en kan eigenlijk van alles zijn dat lokaal wat irritatie geeft. Een insectenbeet (vlo, teek, vliegjes, mijtjes) of een plant kunnen dit veroorzaken, soort van overgevoelige reactie van de huid. Maar bijvoorbeeld ook een klit waaronder irritatie ontstaat. De hond begint te krabben en/of te bijten om de jeuk te verminderen. Helaas heeft dit een averechts effect, de jeuk wordt alleen maar erger en zie daar is de vicieuze cirkel rond. Er ontstaat een korst die herstel van de huid moet bewerkstelligen, maar ook deze korst geeft weer jeuk. Op dat moment is alleen het doorbreken van deze cirkel nog maar een oplossing. Om die reden moet er in ieder geval voor gezorgd worden dat het bijten of krabben stopt. Dit kan soms door de hond een kap op te zetten of een sok om zijn poot doen. De wond moet worden kaalgeschoren en gewassen worden met Betadine of met een Biotex-oplossing. Daarna kan de wond gezalfd of gesprayd worden. Hiervoor zijn diverse sprays en zalven die op de wond gebruikt kunnen worden. De meeste van deze smeerseltjes combineren een antibioticum met Prednison-achtige (jeukremmende) stof. Soms bevatten ze ook nog een geurstof om het bijten onaangenaam te maken. Een goed alternatief voor deze stoffen is soms een paar druppels Teatree olie (het liefst verdund op de wond aanbrengen). Daarnaast zijn er homeopathische zalven (bijvoorbeeld Calendula) of samengestelde lotions (huidlotions) in de handel die geen Prednison-achtige stoffen bevatten en de zelfde werking hebben als de hiervoor beschreven smeersels. Het wassen dient de eerst twee of drie dagen herhaald te worden. Het smeren dient gestopt te worden op het moment dat de wond totaal genezen is (de korst moet verdwenen zijn). Een enkele keer is het noodzakelijk een Prednison-achtige stof voor inwendig gebruik voor te schrijven. Middels injectie of tabletten wordt deze dan toegediend in de hoop dat het bijten of krabben daardoor snel vermindert. Als de bijtwond zo erg is dat dit nodig is, zal ook een antibioticum in tabletvorm worden voorgeschreven. Eenmalig probleem Meestal zijn deze hotspots een eenmalig probleem, maar bij sommige honden komen ze steeds weer terug. De ene plek is nog niet genezen of de volgende kondigt zich al weer aan. Het is dan zaak om dieper op de achterliggende oorzaak (vaak een allergie of een parasieteninfectie) in te gaan. In die gevallen kan homeopathie vaak uitkomst bieden. Het regelmatig terugkeren van hotspots kan daarmee voorkomen worden. Een goede vlo/tekenbestrijding naast een uitstekend onderhouden vachtconditie is bij deze hond onontbeerlijk. Honden met een sterke ondervacht of een onvoldoende uitgekamde vacht in de zomer zijn gevoeliger. Als dat echter niet lukt, is een meer gerichte homeopathische aanpak noodzakelijk. Deze gegevens werden ons toegezonden door Dierenkliniek Ermelo.
Ongewild urineverlies bij teefjes Vaak wordt het bestuur van de SHKN gebeld door mensen, die hun teef willen wegdoen, omdat ze plas laat lopen. Ze redeneren dan dat mensen, die een kennel hebben, geen last van dit ongemak hebben. En vaak mogen we ze dan gratis hebben! Maar alles heeft natuurlijk een oorzaak en in onderstaand stukje kunt u wat lezen over dat ongewild urineverlies. Ongewild urineverlies bij de hond Een hond kan om verschillende redenen wel eens ongevraagd een plasje achterlaten. Puppy’s moeten nog leren waar een plasje mag worden gedaan. Sommige honden zijn te onderdanig en laten daarom hun urine lopen. Een derde mogelijkheid is ongewild urineverlies. Soorten urineverlies Er zijn verschillende soorten ongewild urineverlies. Eén bepaald type ongewild urineverlies komt met name voor bij gesteriliseerde teefjes. Bij deze vorm kan de cirkelvormige afsluitspier, door een tekort aan het vrouwelijk hormoon oestrogeen, de blaas niet meer goed afsluiten. Deze vorm van ongewild urineverlies kan sinds kort met een geneesmiddel, Incurin, worden behandeld. Incurin bevat de oestrogenen waar sommige teven na sterilisatie een tekort aan hebben. Het verbetert de functie van de afsluitspier en lost zo het probleem van het ongewilde urineverlies op. Niet straffen Ongewild urineverlies is voor de eigenaar en de hond heel vervelend: vlekken op het tapijt, op de bank, onaangename geurtjes in huis, de hond kan niet meer mee ergens naar toe en ook bij het spelen en blaffen verliest de hond soms wat urine. Soms worden honden bestraft voor dit ongewilde gedrag, maar het probleem wordt daar niet minder van, want de hond kan er niets aan doen. Doordat de vacht met urine is doordrenkt, kan de hond irritatie en wondjes krijgen en de huid kan zelfs geïnfecteerd raken. De ongewilde plasjes kunnen dus zeer onprettige gevolgen hebben. Soms is het met name voor de eigenaar zo’n groot probleem dat wordt besloten de hond te laten inslapen. Bij de verzorging van een hond met ongewild urineverlies gelden behalve behandeling met een geneesmiddel als Incurin, ook bepaalde leefregels. Zo moet er voor de hond voldoende gelegenheid zijn, b.v. voor het slapen, om een plasje te doen. Te zware honden kunnen sneller last krijgen van ongewild urineverlies, dus houd het gewicht van de hond in de gaten. Als bij het gebied rond de staart en de achterpoten de vacht kort en schoon wordt gehouden, ontstaan er minder irritaties. Genoeg drinken Honden met ongewild urineverlies moeten wel voldoende kunnen drinken. Weinig drinken lost het probleem niet op en een gebrek aan water kan de nieren ernstig beschadigen. Een hond met ongewild urineverlies verdient het niet gestraft te worden, de hond kan er echt niets aan doen. De dierenartsen in Nederland kennen Incurin en kunnen helpen het probleem van ongewild urineverlies bij de hond te verhelpen of in ieder geval te verminderen. Drs. Yolanda Schaap, oktober 2001
Hoewel
wij van honden vaak de indruk hebben dat het wandelende vuilnisvaten zijn die
alles kunnen vreten en er vaak nog geen last van hebben ook, kan een hond wel
degelijk last krijgen van zijn darmen - of nog veel erger. Van
'gewone' etenswaren kunnen honden al behoorlijk ziek worden. Te veel van hun
eigen, en zeker een ander hondenvoer, toevoeging van flink wat vette jus of
andere 'verwennerijen' (dierendag, feestdagen), grote hoeveelheden suiker: hier
kan de hond allemaal behoorlijk beroerd van worden. En ook honden kunnen
salmonella- en andere soorten voedselvergiftiging oplopen, vooral als ze niet
helemaal fit zijn. Vaak komen ze er dan vanaf met overgeven en diarree, maar
soms, zeker in het geval giftige stoffen, kan het ernstiger vormen aannemen. Chocolade
Chocolade
kan soms gevaarlijk zijn voor uw hond. Dit hangt af van de concentratie aan
cacao, de hoeveelheid die de hond op heeft en de grootte van de hond. Een reep
melkchocolade levert meestal niet meer op dan flinke diarree. Deze begint
meestal 12 tot 24 uur na het eten van de chocolade. Het kan zijn dat uw hond
hiervoor behandeld moet worden door de dierenarts. Melkchocolade in grote
hoeveelheden, en minder grote hoeveelheden pure chocolade of chocolade voor het
koken kunnen echter ernstiger problemen opleveren. De meest voorkomende
symptomen zijn snelle opgewondenheid, onrustigheid, meer plassen, overgeven, en
trillende of gespannen spieren. Soms leidt dit tot een verhoogde temperatuur en
zelfs tot hartstilstand. Een ernstige vergiftiging kan dodelijk zijn. Als
u weet dat de hond chocolade op heeft, kunt u hem tot één of twee uur daarna
over laten geven. Een product als Norit kan de opname van de giftige stoffen in
de darmen helpen tegengaan. En als de hond echt veel chocolade op heeft, kunt u
het beste contact opnemen met uw dierenarts. Planten
Veel
kamer- en tuinplanten zijn giftig voor uw hond. Sommige geven alleen een vage
irritatie, andere zijn echt levensbedreigend. Zeker planten met besjes en andere
opvallende aspecten wil de hond nog wel eens eten. Vooral pups gaan graag op
onderzoek uit om te ontdekken wat er nu wel en niet eetbaar is in hun omgeving.
Maar ook als uw hond normaal geen planten eet, als hij last heeft van zijn maag
en wil overgeven, kan het toch zijn dat hij planten gaat kaalvreten. Als hij
buiten ruw gras kan eten, gaat daar zijn voorkeur naar uit. Binnen
en, als u geen gras hebt staan, ook in uw tuin zoekt hij alternatieven.
Weliswaar geeft de hond daarna meestal snel over, maar sommige planten zijn zo
giftig dat dit toch erg gevaarlijk kan zijn. Als u niet zeker weet of een
kamerplant giftig is of niet, houd die dan buiten bereik van uw hond. In de tuin
kunt u giftige planten beter achter in de border zetten, waar de hond hem niet
zo snel tegen komt - of, beter nog, plant ze helemaal niet. Een
aantal giftige kamer- of serreplanten: oleander, herfsttijloos, gloriosa. Een
aantal giftige tuinplanten zijn: bepaalde soorten coniferen, vingerhoedskruid,
monnikskap, azalea, lelietjes-van-dalen, gouden regen, blauwe regen, bepaalde
clematissen, klimop, karmozijnbes, peperboompje, taxus. Een uitgebreidere lijst
vindt u op Internet op de volgende adressen: http://www.hoogvliet.org/extra/planten.htm
en http://www.wirehub.nl/~anja/vergif.htm Insecticiden
en meststoffen Het
is zaak te voorkomen dat uw hond in aanraking kan komen met pesticiden, maar ook
met meststoffen. Niet alleen de verpakking met inhoud, maar ook na gebruik
kunnen deze middelen zeer gevaarlijk zijn. Honden zijn vaak erg nieuwsgierig wat
de baas nu weer in de tuin (of in huis) heeft gedaan en gaat vervolgens op
onderzoek uit. Meststoffen ruiken voor honden ook nog eens erg aantrekkelijk.
Uitkijken en de verpakking goed wegbergen dus! Antivries
Antivries
smaakt voor honden lekker zoet - net als voor mensen, denk maar aan de witte
wijn schandalen in de jaren tachtig. Als u wat antivries morst bij het
bijvullen van het reservoir in uw auto, bestaat de kans dat uw hond het oplikt.
Aangezien een theelepel al ernstige schade aan de nieren (en erger) kan
veroorzaken, is het zaak goed op te ruimen als u klaar bent met het bijvullen. Menselijke
geneesmiddelen Veel
vrij verkrijgbare geneesmiddelen voor mensen zijn zeer gevaarlijk voor de hond.
Ibuprofen (pijnstiller voor hoofdpijn e.d.) kan leiden tot schade aan de nieren
en maagzweren veroorzaken bij honden. Aspirine heeft vergelijkbare effecten. Dit
zijn maar een paar voorbeelden. Zorg er dus voor dat uw hond deze middelen niet
per ongeluk binnen kan krijgen.
Bij
twijfel: naar de dierenarts!! Een
waarschuwing is wel op zijn plaats. Bij bovenstaande voorbeelden wordt vaker
aangeraden de hond te laten overgeven. Dat geldt inderdaad voor veel giftige
stoffen. Bij andere middelen kan het (opwekken van) braken juist onherstelbare
schade aan uw hond toebrengen. Uw
hond is dus beslist géén vuilnis-, en al helemaal geen KCA-vat. Kijk uit wat
hij eet!
Vlooien en Teken bij Kat en Hond Overlast
van vlooien is vaak eind augustus/september merkbaar Vlooien Cyclus
van de vlo Om
te kunnen overleven zijn vlooien afhankelijk van de huisdieren. Vroeger waren er
met name in de maanden augustus-oktober problemen met vlooien, tegenwoordig het
hele jaar door, mede door centrale verwarming in de huizen.
Problemen
van vlooien en
teken bij de hond en kat: -
Jeuk, veel krabben, plotseling
bijten net voor de staartwortel -
Kaal worden op de staartwortel -
Open bijten van de huid. (Jeuk kan natuurlijk veel meer oorzaken hebben,
losse haren, insectenbeet, voedingsallergie) -
Zuigen bloed (vooral bij kittens en pups kan dit levensbedreigend zijn,
krijgen witte slijmvliezen en neusje, stoppen met eten en gaan dood) -
Vlooien als overbrenger van de lintworm (segmenten als rijstekorrels in
de ontlasting). -
Vlooienallergie -
Teken brengen ziekte van Lyme en Babesiose (bloedwateren, bloedparasiet)
over.
Hoe
vind
ik vlooien op mijn hond of kat? Tegen
de haren in aaien op de achterkant voor de staart en onmiddellijk kijken: -
Een
of twee vlooien: teveel, DUS ACTIE. -
Bij weinig vlooien zie je alleen vlooienpoepjes of vlooienstront. -
Met vlooienkam is ook goede controle mogelijk. -
In de liezen zijn vlooien goed te zien. Wat
kan je aan vlooien doen: -
Omgeving behandelen, het allerbelangrijkste, (90 % van de
vlooien zitten buiten het huisdier) -
Veel en vaak stofzuigen, beste is plavuizen of zeil. -
Sprayen van je huis met een goede vlooienspray, met name VOOR je
een dag/weekend/week weg gaat. Spuitbussen Spuitbussen voor op de dieren, mand- en
tapijtspray, belangrijk om de eitjes en larven te doden. Belangrijk zijn de
ligplaatsen van de hond. Welke soorten middelen voor op en in het dier? Vlooienpoeder Vlooienshampoo Vlooienband Vlooiengif
Druppels in de nek. Voordeel: alle vlooien
die bloed zuigen, gaan ter ziele. Nadeel: vlooien moeten eerst bijten, voordat
het werkt. Pilletjes
door het voer: Programm: soort ¨vlooienpil¨, maakt de
eitjes steriel van de vlo. Geschikt voor mensen die de kat of hond op een flat
hebben en niet (veel) buiten komen. Alle katten en honden tegelijkertijd
behandelen. Niet effectief tegen de volwassen vlooien zelf. Cyflee: voordeel: dood alle vlooien en teken
die bloed zuigen, nadeel: vlooien moeten eerst bijten voordat het werkt. Niet
voor pups en kittens. Werking is systemisch, dus de hele hond/kat krijgt met het
gif te maken. Sprays
op het dier, met een soort plantensproeier wordt het dier nat gemaakt. Nieuwere
middelen op de markt: Op
pyrethrinebasis: Defendog: spray voor de hond, werkt 2
maanden tegen vlooien, een maand tegen teken, (al enkele jaren) niet goedkoop,
wel zeer veilig en effectief. Frontline:
tegen teken en vlooien. Niet goedkoop, wel effectief, vlooien gaan dood door
contactwerking, d.w.z. dat de vlooien niet eerst hoeven te bijten. Mag ook op
jonge dieren, drachtige en zogende teven en poezen gebruikt worden, gaat in de
talgklieren zitten, Weinig tot geen resorptie door de huid, de hond mag zwemmen,
met shampoo gewassen worden en gewoon geknuffeld. Grote veiligheidsmarge voor
mens en hond (selectief op de neurotransmitter van de vlo) lange werkingsduur.
Hond: vlooien 3 maanden, teken 5 weken / Kat: vlooien 6 weken. Overleg
met de dierenarts / speciaalzaak Teken Meest
bekend is de hondenteek, die we na een wandeling in het kreupelhout aantreffen
in de vacht van de hond. Ze beginnen heel klein, maar zuigen zich in enkele
dagen vol met bloed en vallen dan af weer op de grond. Ze maken een vervelling
door en zijn dan weer klaar voor een nieuw bloedmaal.
Ziekten
door teken overgebracht bij de mens Verschijnselen:
Plekken op de huid zijn zeer opvallend, maar kunnen ook weer verdwijnen. Verder
koorts, moeheid, hoofdpijn en later zenuwuitval. Gewrichten, hart en hersenen
kunnen worden aangetast. Behandeling
|
Bijgewerkt op: 20 jun 2010 |