Veertig jaar Siberische Husky
(tekst
en foto's: Nies Heeringa)
De Siberian Husky Klub voor Nederland
werd opgericht in 1969 en bestaat dit jaar dus veertig jaar. Een mooi moment om
eens stil te staan bij de ontwikkelingen binnen het ras in de afgelopen vier
decennia.

Alaskan's
Spook of Anadyr
Silver - 1976
(Beide honden hebben veel
invloed gehad op de fokkerij)
Wolfachtige poolhonden
Tijdens het winkelen in Arnhem
ontstond er een oploop rond onze Siberische Husky pup, een hond met een open
masker en staalblauwe ogen. Dat was een bijzonderheid en ik hoorde onze zoon
tegen de omstanders zeggen: ’wat een pggachtige hond hè’ (hij kon de R niet
zeggen). Het was 1970 en er waren nog niet veel Siberische Husky’s in
Nederland.
Een jaar eerder was de Siberian Husky Klub Nederland opgericht en wij gingen
naar de vergadering die daar op volgde. Onze hond kwam uit de Matanuska Taku
kennel van Liesbeth Urlus. Zij had op de Winner tentoonstelling van 1964 Kayak
Thunder Taku (Bonzo) en Vaskresenya’s Tanana Taku (Nouska) ingeschreven. Dat
was in die tijd een sensatie en Liesbeth promootte het ras met veel
enthousiasme. We kwamen bij toeval bij haar terecht.
Ik had het ras als werkhond leren kennen in Noorwegen, maar omdat we er vanuit
gingen dat deze honden niet in Nederland voor kwamen, gingen we op zoek naar een
Samojeed. Het lot besliste anders.
Er waren op dat moment geen Samojeden-pups te krijgen
en tegelijkertijd stond er een artikel over Liesbeth Urlus en haar honden in
’Tussen de rails’, het blad van de spoorwegen. We maakten een afspraak en ik
weet nog goed dat we voor het hek stonden en met veel respect keken naar een
groep honden die er aan de andere kant hoog tegenop sprong. We zijn niet bang
voor honden, maar we waren onder de indruk van zo’n grote groep wolfachtige
poolhonden. We kochten de laatste pup uit een nest, het hondje dat in Arnhem
tijdens het winkelen de aandacht trok.
Liesbeth
met Kayak Thunder Taku (Bonzo)
Importen
In dezelfde tijd kochten Lau van
Leeuwen en Els van Lierop de eerste Siberische
Husky’s bij Earl en Natalie Norris in Anchorage: Alaskan’s Sha-Luk-King of
Anadyr, Alaskan’s Sascha of Anadyr, Alaskan’s Chatka of Anadyr, Alaskan’s
White Fox of Anadyr, Alaskan’s Mischonak of Anadyr en Alaskan’s Babiche of
Anadyr. Dankzij hun bemiddeling verhuisden daarna veel Anadyr honden naar
verschillende Europese landen. Els en Lau hadden kennis gemaakt met de
sledehondensport in Alaska - waar het de nationale sport is – en hadden zo het
ras leren kennen.




Alaskan's ShaLuk-King
of Anadyr
Alaskan's Chatka of Anadyr
Alaskan's Mischonak of Anadyr
Alaskan's Babiche of Anadyr
Sledehonden
Zodoende werden in 1966 de in Nederland geïmporteerde honden van diverse
eigenaren ingespannen en op het strand bij Noordwijk getraind met het doel de
Zwitsers te verslaan. De eerste internationale wedstrijd werd daar al in 1967
gehouden in Engelberg. De liefhebbers van het eerste uur waren behalve Liesbeth
Urlus, Els van Lierop en Lau van Leeuwen (Kolyma kennels), Leo Groenewegen van
Wijk & Gerrie van der Wende (Naovok kennels), Bareld van der Meer en zijn
echtgenote en Nancy van Gelderen-Parker (Green Beret-Snowy kennel).
Datzelfde groepje nam in 1969 het initiatief om de Siberian Husky Klub voor
Nederland op te richten. De eerste voorzitter werd Bareld van der Meer. De
koninklijke goedkeuring kwam op 5 april 1971. Nog voor het bestaan van de
vereniging officieel was, werd al besloten de eerder ingestelde
Fokadviescommissie en de Sportcommissie weer op te heffen. Doordat er onderling
heel veel onenigheid was onder de aanwezigen, was het niet waarschijnlijk dat
die commissies goed zouden kunnen functioneren.
Showen
Er werd ook geshowd en in die tijd
waren in ons land dhr. Clay en mw. Van Boetzelaer bevoegd om dit ras te keuren.
Zij vormden in 1970 de examencommissie voor de kandidaten Liesbeth Urlus, Els
van Lierop en Nancy van Gelderen-Parker die alle drie slaagden. Vooral Nancy van
Gelderen heeft veel betekend voor het ras. Ze werd in veel Europese landen
uitgenodigd voor Specialty’s en haar beoordeling was waardevol omdat ze het
ras vanaf het begin kende, het ras zelf had gefokt en zelf met de honden had
gewerkt.
De Siberische Husky was ingedeeld in de groep waak- en verdedigingshonden. Waken
en verdedigen zijn nu juist eigenschappen die de Siberische Husky absoluut niet
mag hebben. In 1973 verhuisde de Siberische Husky naar de beter passende FCI
rasgroep 5, Spitzen en Oertypen.
Els
van Lierop met Gray Cloud
Lyrisch
De eerste Nederlandse clubmatch werd georganiseerd in 1971. Dat keurmeester Clay
er daarna een bijna lyrisch verslag over schreef, was geen wonder want de
keuring werd buiten gehouden op een besneeuwd grasveld. Deze honden komen in de
sneeuw nu eenmaal beter tot hun recht, al was het alleen al vanwege de
dichtgeknepen ogen die zorgen voor de typische expressie. Uit de 29
voorgebrachte honden werd Alaskan’s Sascha of Anadyr (Blacky) van de Kolyma
kennel als beste aangewezen. Blacky was een komiek: ze ging vaak met haar
voorbenen op een scheefstaande seringenboom staan en duwde de stam heen en weer
waardoor ze in een deinende cadans kwam.
Alaskan's Sascha of Anadyr (Blacky)
Heupdysplasie
Hoewel de fokadviescommissie een
vroege dood was gestorven, bleef het fokken met goede, gezonde Siberische
Husky’s die aan de rasstandaard voldeden de belangrijkste doelstelling van de
mushers die lid waren van de SHKN. Het voorkomen van heupdysplasie was heel
belangrijk. Er was in de club een HD-Commissie benoemd, terwijl er vanaf het
begin een afspraak was met de Raad van Beheer om elke uitgegeven stamboom te
voorzien van een stempel luidend: ’Deze hond is van de fokkerij uitgesloten
tot aan het tijdstip dat de hond door de Commissie voor Heupdysplasie te Utrecht
vrij van heupdysplasie is verklaard.
Alaskan Husky’s
Intussen hadden de mushers in 1977
de Nederlandse Sledehondensportvereniging ’Mushing Holland’ opgericht met
het gevolg dat er een deuk kwam in het vertrouwen dat de SHKN had in haar
fokkers / mushers. Men was bang dat het winnen van wedstrijden vanaf nu
belangrijker werd gevonden dan de rasstandaard. Rond die tijd werden zogeheten
Alaskan Husky’s in de sport gebruikt. Dat waren honden die vaak wel wat leken
op Siberische Husky’s maar die een andere achtergrond hadden. Het waren vaak
combinaties van de beste dorpshonden uit Alaska. Voor de verbetering van de
vacht en de voeten werden er nog wel Siberische Husky’s doorheen gefokt. Jaren
later ontstonden er lijnen die gebaseerd waren op kruisingen van deze honden met
andere rassen en lijnen die uit onder andere jachthonden ontstonden.
Angst
De angst bestond dat men deze
honden stiekem zou integreren in ons ras. Geen wonder dat door deze
ontwikkelingen bij de rasvereniging het gevoel ontstond geen vat meer te hebben
op de fokkerij. Men stelde eerst voor een bijlage te geven naast de stamboom,
met allerlei gegevens over de erbij behorende hond. Daarna werd er een
Raszuiverheidscommissie benoemd die er op moest toezien dat de gebruikte honden
wel echt de gebruikte honden waren. In de loop der jaren werd de ene commissie
opgevolgd door de volgende, en de ene werkgroep ontstond nadat de vorige was
ontbonden. Er was vaak veel heisa maar het leek er op dat de meeste mensen
vooral hun eigen gang gingen.
Meteen nadat de mushers zich hadden verenigd in een sportvereniging, werd door
de SHKN het zogenoemde ’Noodfonds’ opgericht omdat men een hausse aan te
herplaatsen oudere honden verwachtte. De mogelijkheid om honden op te vangen
bestaat nog steeds, maar het is gelukkig zelden of nooit gebruikt voor het
opvangen van afgedankte sledehonden.
Streng gekeurd
Voor de jubileumclubmatch van 1979
werd Natalie Norris (Alaskan’s of Anadyr) uit Alaska uitgenodigd. Het was een
beetje een monsterorganisatie want ze keurde achtereenvolgens in Denemarken,
Noorwegen en Zwitserland. Naderhand vertelde ze de 99 honden met opzet streng te
hebben gekeurd omdat ze ervan uitging dat een tentoonstelling vooral fokkers de
gelegenheid geeft hun fokdieren te laten zien. Ze vond het haar plicht om
fokkers te wijzen op fouten. Ze vond fouten die een hond beletten om te kunnen
werken vele malen erger dan een schoonheidsfout.
Ander type hond
Naast de Anadyr-honden, die tot de
helft van de jaren tachtig werden geïmporteerd en gebruikt, werden steeds meer
honden uit andere kennels gekocht en ingezet. Bij de werkhonden kwam er een
verschuiving van lange afstandshonden naar sprinthonden doordat de afstanden van
wedstrijden in Centraal Europa over het algemeen kort waren. Er ontstond
daardoor een ander type hond. De honden uit showlijnen die vaak een mooi hoofd
en een goede vacht hadden, werden geïntegreerd en dat gaf vaak een wat zwaarder
bone, wat ten koste ging van de elegantie.
Wat heeft veertig jaar gebracht?
De Siberische Husky is gedurende
de tijd van het bestaan van de SHKN erg veranderd. Dat werd tot uitdrukking
gebracht door Natalie Norris die ook de Kampioensclubmatch van 1994 keurde ter
gelegenheid van het vijfentwintig jarig jubileum van de vereniging. Natalie, die
vergelijkingsmateriaal had doordat ze toen keurde in vier verschillende Europese
landen, schreef in haar verslag dat de Nederlandse Siberische Husky tijdens haar
vorige keuring in 1979 tot de besten van het continent hoorden, maar dat ze dat
nu niet meer kon zeggen. Ze vond dat de kwaliteit van het merendeel van de
honden achteruit was gegaan. Het zou best kunnen dat de Siberische Husky in een
poging om te kunnen wedijveren met Alaskan Husky’s van type was veranderd. Ze
miste een deel van de raskenmerken en van de soliditeit. Ze wees er op dat je
moet kijken naar de honden van de All Alaskan Sweepstake die tot de late jaren
twintig werden geïmporteerd om te zien dat de vroege honden niet waren gebouwd
als hazewinden. Ze gaf aan dat veel raszuivere windhonden, zoals Greyhounds en
ook de Alaskan Husky’s die in de open klasse teams in Alaska lopen, meer
substantie hebben dan veel van de honden die ze hier had gekeurd. Als we de
erfenis van het ras trouw willen blijven, zullen we ons moeten bekommeren om het
rastype. ’Het is een uitdaging om een snelle sledehond te fokken waarbij de
rastypische kenmerken gehandhaafd blijven’, aldus Natalie Norris.
1994: Natalie Norris en Nies Heeringa met
de BOB 1994: Ned.kampioen Komaksiut's
Voo-doo (geb. 1987)
Twee uitersten
Karsten Grönaas uit Zweden, één
van de keurmeesters die was uitgenodigd om de Kampioenschapsclubmatch in
september 2009 ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum te keuren,
vergeleek de honden van nu met die van elf jaar geleden, toen hij ook keurde in
Nederland. Hij zag toen veel honden die aan de standaard voldeden en hij moest
nu helaas vaststellen dat het beeld erg in negatieve zin was veranderd.
Karsten Grönaas: ’Ik zag dit jaar weinig honden die aan het ideaalbeeld
voldeden en vond dat het type weinig homogeen was. Er waren extreme sprinthonden
en er waren honden die de tegenovergestelde kant van de schaal representeerden.
Deze hadden korte opperarmen en grove lichamen. En in een aantal gevallen leken
de honden een melange te zijn van twee uitersten, zonder dat dit het ideale type
gaf’.
Toekomst ligt in het verleden
Jammer genoeg moeten we
het daarmee doen. We hebben de opdracht om vanaf nu achterom te kijken. Naar de
oorspronkelijke honden: dat is het type waar het om gaat.




Jaren zeventig: Malchek of Kolyma
1974: Vanesse of Kolyma
2002: Nanouk
(geb.1991)
2004: Ned.kampioen Hulk Hogan of Severnoi
beste veteraan clubmatch
2002 Zemli,
clubkampioen 2004

Onderstaand artikel, afkomstig van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied
in Nederland stond in het blad onze Hond 0612004.
(Tekst: Janneke Leunissen-Rooseboom)
Ook honden nu een Europees paspoort
Vanaf 3 juli 2004 zal elk EU-1and dezelfde regels hanteren voor het invoeren van
honden die samen met hun baas op reis gaan. Ook voor katten en fretten gelden
deze regels. Drie EU/1anden zullen nog enige jaren aanvullende eisen hanteren:
Engeland, Ierland en Zweden.
Voor reizen na 3 juli heeft de hond wel een nieuw paspoort nodig. Alle oude
paspoorten en enting boekjes vervallen namelijk als reisdocument.
Honden die inwoner zijn van de EU hebben, als ze mee op reis worden genomen
binnen de EU een nieuw paspoort nodig. Dat is het gevolg van de harmonisatie van
de regels voor het vervoer van niet-commercieel gehouden honden, katten en
fretten. Deze nieuwe regeling gaat in op 3 juli 2004.
Voor de hondenbezitter wordt het gemakkelijker, want overal in de EU gelden dan
in principe dezelfde eenvoudige regels. De hond moet een Europees paspoort
hebben en daarin moet zijn identificatie staan en de aantekening van de
dierenarts dat hij op de juiste wijze is gevaccineerd tegen hondsdolheid. Dat is
alles.
Het paspoort wordt in Nederland uitgebracht door de Koninklijke
Maatschappij voor Diergeneeskunde, die het via de dierenartsen verkoopt. Maar
het staat andere instanties ook vrij paspoorten, die aan de kwalificaties
voldoen, op de markt te brengen. Uiteraard is alleen de dierenarts bevoegd er de
medische aantekeningen in aan te brengen.
Uitzondering
Er is op de nieuwe eenvoudige regelgeving wel een uitzondering. De harmonisatie
ging wat erg snel voor drie rabiësvrije EU landen die nog niet zo lang geleden
heel beducht waren om de ziekte binnen hun grenzen te introduceren. Zweden,
Engeland en Ierland kenden voor binnenkomende honden een quarantaine. Sinds
enkele jaren zijn ze echter soepeler en staan directe invoer toe, mits onderzoek
heeft aangetoond dat de hond beschermd is tegen rabiës. Dat willen deze landen
nog een tijdje volhouden. De regeling biedt hen tenminste vijf jaar die
mogelijkheid. Toch maakt in ieder geval Zweden reizen met de hond vanaf 3 juli
al weer een stapje eenvoudiger, omdat de eigenaar dan geen importverklaring meer
bij het ministerie hoeft te kopen.
Identificatie
In het nieuwe paspoort moeten diverse gegevens van de hond en zijn eigenaar
worden opgenomen. Vereiste is dat elke reizen de hond een identificatie heeft
die ook in het paspoort vermeld staat. Alle landen accepteren de transponder
(chip) als identificatie. Maar een duidelijk leesbare tatoeage wordt nog
aanvaard tot acht jaar na 3 juli 2004. Engeland en Ierland accepteren echter alleen een transponder, geen tatoeage.
Rabiës enting
Honden die mee opreis gaan naar EU landen moeten tegen hondsdolheid gevaccineerd
zijn volgens de aanbevelingen van het laboratorium van productie. In de regeling
worden geen termijnen meer genoemd (zoals tot nu toe: enting ouder dan dertig en
jonger dan 365 dagen).
Uiteraard zul je als eigenaar willen dat je hond beschermd is, dus de enting
tenminste een maand voor vertrek laten geven, kun je beter respecteren. Landen
die een bloedproef vragen bij import mogen daarvoor zelf de regels stellen.
Zweden en Engeland/Ierland verschillen daarin. Wie met de hond naar beide landen
wil, doet er goed aan daar studie van te maken. Een eenmaal met goed gevolg
gepasseerde test blijft geldig als de hond volgens de regels van elk land (die
verschillen ook) op tijd opnieuw gevaccineerd wordt.
Niet-commercieel versus commercieel
De regeling geldt voor 'niet/commercieel' gehouden dieren. Dat zijn volgens de
definitie dieren die iemand op reis begeleiden, en die dus niet bedoeld zijn om
al dan niet tegen een vergoeding van eigenaar te verwisselen.
Dieren die voor de handel zijn bestemd vallen dus niet onder deze regeling.
Hobbyfokkers zullen zich geen handelaar voelen, maar zijn dat volgens de letter
van deze regeling
soms wel. Namelijk als ze een verkochte pup in zijn eentje per vliegtuig de
grens over sturen naar zijn nieuwe baasje. Ook in dat geval is er echter geen
probleem. De bestaande geharmoniseerde regelgeving voor EU-verkeer van
commercieel gehouden dieren is namelijk grotendeels aangepast aan de nieuwe
regelgeving voor niet-commercieel gehouden dieren. Voor commercieel gehouden
dieren gelden dezelfde eisen aangaande identificatie, het nieuwe paspoort en
rabiësvaccinatie. Daarnaast blijft wel de eis voor een gezondheidsverklaring
bestaan. Ten hoogste 24 uur voor vertrek moet een bevoegde dierenarts de hond
hebben onderzocht en geconstateerd hebben dat het dier gezond is en geschikt is
om te reizen. Het Europese paspoort heeft ruimte om deze aantekeningen te
registreren. Het is altijd verstandig om bij de ambassade van het land waar de
hond naar toe reist naar de actuele informatie te vragen.
Houders van een grote groep honden (meer dan vijf) die in zijn geheel mee op
reis gaat, moeten ook voorzorgen nemen, omdat men misschien aannemelijk moet
maken dat dit allemaal geliefde huisdieren zijn die mee op vakantie pan, en geen
honden bestemd voor de handel.
Pups
De regeling staat toe dat landen aparte regels stellen voor het verkeer van pups
onder de drie maanden. Enten tegen rabiës van zo'n jong dier heeft namelijk
geen zin. Als de pup vergezeld gaat van een paspoort (en dus een identificatie
heeft) en geleefd heeft op de plek waar hij is geboren en niet met wilde dieren
in contact is geweest, of zelfs zo jong is dat hij met z'n moeder reist van wie
hij afhankelijk is, dan zou hij zonder rabiësenting de grens over mogen.
Nederland zal dit toestaan. Zweden, Engeland en Ierland hanteren deze
uitzondering in ieder geval niet. Wat de andere EU landen doen was op het moment
van schrijven van dit artikel nog niet bekend. De informatie komt beschikbaar op
de website van het ministerie.
Wormen en teken
Engeland, Ierland en Zweden eisen dat honden kort voor ze in het land
binnenkomen een middel moeten
hebben ingenomen tegen echinococcen (wormen) en teken. De nieuwe regeling staat
toe dat tijdens de overgangsperiode de bestaande voorschriften op dit gebied
gehandhaafd blijven, mits het land aannemelijk kan maken dat handhaving zinvol
is.
Import vanuit niet - EU landen
De regeling bevat niet alleen aanwijzingen voor het reizen tussen EU landen,
maar ook regels voorimport van honden afkomstig uit niet- EU landen. Die landen
zijn in twee categorieën onder te verdelen. De eerste categorie bestaat uit de
Europese landen die niet behoren tot de EU, zoals Zwitserland en Noorwegen,
aangevuld met een lijst van niet Europese landen die kunnen aantonen met rabiës
om te pan als een EU land. Dat houdt in registratie, toezicht, goede structuur
van de veterinaire diensten, uitvoering van wettelijke maatregelen ter
voorkoming van rabiës en voorschriften voor de handel in vaccins. Aan het
samenstellen van die lijst wordt gewerkt. Nu al is duidelijk dat de Antillen en
de VS op die lijst zullen komen.
De importbepalingen voor a deze niet EU landen komen overeen met die van het
reizen tussen EU landen. De hond moet voorzien zijn van een identificatie en een
document (het model daarvan is voorgeschreven door de EU) bezitten waarin
beschreven staat dat aan de veterinaire eisen is voldaan.
Alle andere landen
Voor honden die van alle andere landen Europa worden binnengebracht, wordt als
aanvulling op identificatie en het document vereist dat uit een onderzoek
duidelijk is dat de hond voldoende tegen rabiës is beschermd. Dat moet blijken
uit een bloedmonster dat genomen is tenminste een maand en ten hoogste drie
maanden na vaccinatie. Indien dat onderzoek niet heeft plaatsgevonden kan import
plaatsvinden na quarantaine.
Informatie: Actuele informatie over deze regeling vindt u op de website van het
ministerie van LNV: http://www.minlnv.nl