Siberian Husky Klub voor Nederland 

 Finnmarkslopet

Omhoog

 

 

Finnmarkslöpet, een manier om aan de Siberian Husky standaard te voldoen


Verslag van Karsten Grönås over zijn deelname aan de Finnmarkslöpet van 2006, uit het Zweeds
vertaald door Nies Heeringa en Eveline Koch
(Foto's: Annica Uppström en Eveline Koch)


Na een nogal optimistische uitspraak van mijn kant in een interview met de Zweedse Siberian Husky Club, besloot ik mee te doen aan de lange Finnmarksløpet van 2006. Waarom zoiets krankzinnigs doen als dag en nacht op een slede staan over meer dan 1000 kilometer? Wel, de lange Finnmarksløp staat bekend als de grootste uitdaging in de sledehondensport in Europa en kan min of meer als ‘kroon op het werk’ van een musher worden beschouwd. Na meer dan 35 jaar werk en leven met de Siberian Husky, wilde ik zien of mijn honden nog steeds in staat zijn om de functie te vervullen waar ze oorspronkelijk voor zijn bedoeld.
In de eerste alinea van de rasstandaard staat, dat de Siberische Husky bedoeld is om een lichte last te trekken over lange afstand in een gematigd tempo. De Finnmarksløp is daarom een uiterst geschikte wedstrijd om de honden daarop te testen.

Om aan de lange Finnmarkslop mee te kunnen doen moet de musher zich kwalificeren en het is beslist ook een voordeel als de honden ervaring hebben van andere langeafstandswedstrijden. Zelf deed ik vanaf 2000 jaarlijks mee aan de Femundlöpet die als kwalificatie race geldt. Daarnaast hadden alle honden in mijn huidige team tenminste 1 maal de Femund (500 km) én Polar Distans (300 km) uitgelopen. De oudste honden in training waren 8 jaar en race-veteranen , de jongsten waren in december 3 jaar geworden en hadden een volledig raceseizoen achter zich. Omdat ik met mijn 67 jaar niet meer de jongste was, wist ik ook, dat wanneer ik de Finnmarksløp een keer wilde lopen, het ”nu of nooit” was.

De training begon op 1 augustus 2005 met afstanden van gemiddeld 10 km. Tegen het einde van februari 2006 hadden de honden 4.700 km in de benen. Ik had zestien honden in training en voor de race zijn veertien honden nodig. We waren in de gelukkige omstandigheden dat het volledige team blessurevrij bleef en alle 16 honden gingen mee naar Alta, - startpunt van de race -, om ter plaatse te beslissen wie startten en wie achter bleven.
Het team bestond uit Nathan, Barney, Desmond, Sietske, Pigen, Bayly, Exxon, Sujozov, Lasse, Putin, Grubian (allen av Vargevass/eigen fok) alsmede Goofy, Eddie en Ewok.
We waren het enige Siberian Husky team in de lange Finnmarksløp.

De ceremoniële start was in het centrum van Alta, zaterdag 4 maart. Alle teams kregen een passagier toegewezen die in de slede meereed tot aan de herstart, die 18 km. verderop op de Alta rivier zou plaatsvinden. Al snel bleken deze kilometers naar de herstart een uitdaging in zichzelf te zijn. Op de mushermeeting had de organisatie verzuimd mede te delen dat de trail bochtig en steil was en dat het is toegestaan om met een kleiner team aan de ceremoniële start te verschijnen. De lokale mushers die op de hoogte waren van de bochtige trail, startten slechts met 8 honden in het team en hadden oerdegelijke toersledes die tegen een stootje kunnen. Bij de herstart voegden ze de overige 6 honden toe en verruilden de toerslede voor een raceslede. Onwetend van wat ons te wachten stond, startte ik met het voltallige team van 14 opgewonden honden. In mijn ultralichte, instabiele wedstrijdslee had ik een passagier die 1.90 meter lang was en 130- 140 kg zwaar…

Eén kilometer na de start dook de trail steil naar beneden richting Alta rivier met een paar bochten van negentig graden. ”Dit gaat mis”, ging door mijn hoofd. In een van de bochten in de steile afdaling kwamen we met slee, passagier en de achterste vier honden aan de verkeerde kant van een grote berk terecht die pal naast de trail stond. De klap was zo groot dat de neklijnen knapten en Pigen uit haar harnas kwam. Mijn passagier liep een ondiepe snee in zijn voorhoofd op. Niet wat je zegt een droomstart. Twee van de vier honden, waaronder Pigen, moest ik in het derde checkpoint van de race als eersten uit het team halen.

Gelukkig bleven we vergelijkbare pech bespaard op de duizend kilometer lange trail. De route was gevarieerd en het was een fantastische ervaring. Als je vele dagen in de uitgestrekte natuur onder open hemel verblijft, ver weg van de bewoonde wereld, krijgt de verhouding met de honden een extra dimensie. Wanneer de duisternis inviel en we midden op de enorme hoogvlakte van de Finnmarksvidda voortschreden, voelde ik me nietig in het oneindige landschap. Op zulke momenten ontstaat er een extra sterke band tussen musher en honden. “Samen klaren we de klus”. Ja, tot aan het checkpoint Neiden leek alles nog rozegeur en maneschijn.

De Finnmarksløpet heeft 13 etappes, waarvan de afstanden variëren van 53 km tot 135 km. Op de langste etappe en halverwege de wedstrijd, tussen Neiden en Kirkenes, moest ik twee honden in de slede nemen wegens maagziekte. Zoals bij elke wedstrijd is het gevaar voor besmettelijke diarree groot. Ook mijn team bleef niet bespaard. Ik zette drie honden uit het span vanwege maagproblemen en 1 op grond van kreupelheid. In Kirkenes zag ik mijn team gereduceerd tot negen honden. Goede raad was nu duur. Ik besloot langer in het checkpoint te blijven dan mijn raceplan voorschreef. Daarmee was weliswaar de kans op een top tien plaatsing verkeken, maar de kans om de race uit te kunnen lopen groter. De extra rust was niet alleen noodzakelijk vanwege de honden, maar eveneens vanwege mijn eigen verminderde vorm. Toen ik na 525 km in Kirkenes aankwam, had ik totaal zes uur geslapen verdeeld over drie nachten, inclusief de verplichte rust. Tijdens de 16-uur verplichte rust in het vorige checkpoint Neiden hadden de honden ongeveer 12 uur kunnen slapen. Als musher moest ik blij zijn met drie uur slaap nadat de honden waren verzorgd en gevoerd. Ik gebruikte dubbel zo veel tijd met de verzorging op de checkpoints als mijn jongere en fittere collega-mushers. De gebrekkige efficiëntie resulteerde in minder rust voor zowel mij als de honden.
Het weer was snijdend koud tussen Neiden en Kirkenes. Alle concurrenten hadden hun honden voorzien van dekjes omdat hun kortharige atleten anders bevriezingsverschijnselen kregen. Mijn honden hadden hier geen last van, maar zelf had ik problemen met de bijtende kou. Vroeger deed koude mij evenmin iets, maar nu kreeg ik last van mijn vingers nadat ze in het begin van de race bevroren waren geraakt toen de temperatuur onder - 40 °C. zakte.

Tot mijn opluchting begon te temperatuur te stijgen toen ik op het punt stond Kirkenes te verlaten. Het was 04.00 uur in de ochtend en het sneeuwde. Ik begon de 522 kilometer lange terugweg naar Alta met de negen overgebleven honden. Mijn humeur had ik niet laten zakken, ondanks dat het team sterk gereduceerd was. Nathan moest singellead lopen en hij nam zijn taak serieus. We ploeterden over de hoogvlakte in hevige sneeuwval zonder zichtbaar spoor, maar nu waren we op weg naar “huis” en dat gaf een kick.

Het team liep lekker en had een gelijkmatige cadans. Het gaf een goed gevoel dat de honden nog steeds zo gemotiveerd waren. Het belangrijkste was om een mooie ervaring te hebben en aan te komen in Alta. Dat het een race was speelde geen rol meer. Concurrenten verslaan of verslagen worden was niet belangrijk. 
We moesten nu deze afstand overwinnen en de verschrikkelijke vermoeidheid. Ons door het weerbarstige landschap, het ruige weer en over de ontelbare steile berghellingen vechten. Dit waren de uitdagingen en het doel.

Het was een fantastisch gevoel om bij de checkpoints aan te komen waar ik werd ontvangen door aardige functionarissen, kundige dierenartsen en mijn opgewekte handlers. Toen ik kort voor middernacht checkpoint Varangerbotn naderde, zag ik dat de trail de laatste kilometers over het zee-ijs aan weerskanten werd verlicht door grote fakkels. Wat een warm welkom!
De enorme inzet van de vrijwilligers om er een geslaagde race van te maken was imponerend en motiverend.

Bij het laatste checkpoint in Karasjok had ik een geanimeerd gesprek met collega-musher en voormalig Iditarod deelnemer Don Lyrek uit de USA. We zaten in een grote verwarmde legertent in het stro, bij het licht van een petroleumlamp. Toen we ons eten geserveerd hadden gekregen en gemasseerd werden door onze handlers, filosofeerden we luchtig dat wij zo wijs waren om lang in de checkpoints te blijven. Dit in tegenstelling tot onze concurrenten die als gekken door de checkpoints jakkerden. Wij maakten maximaal gebruik van de aardige functionarissen en onze behulpzame handlers. We realiseerden ons dat het met deze service gedaan was zodra we de finishlijn passeerden. Het was zaak tijd te rekken. Als we Zaterdagavond vlak vóór het afsluitingsbanket zouden binnen komen was dat optimaal, dan hadden we het meeste uit de race gehaald.

Om half tien vrijdagavond na een verplichte rust van acht uur, maakte ik me klaar voor de laatste 138 kilometer naar Alta. De honden voelden zich goed, met uitzondering van Ewok die last had van diarree. Hij had tot nu toe een geweldige prestatie geleverd. Ik wilde hem niet onnodig belasten en nam hem uit de wedstrijd. Ik verliet Karasjok met de acht overgebleven honden: Nathan, Sietske, Desmond, Barney, Grubian, Sujozov, Putin en Goofy. De finish leek bereikbaar.

We beleefden een fantastische zonsopgang en het werd een prachtige dag. De stralende zon maakte het spoor zacht waardoor de honden langzaam vooruit kwamen in de sneeuwbrij. De laatste kilometers voor de finish gingen gelukkig in de schaduw van het bos. De honden pikten het tempo op en versnelden. Het gesuis van stadsverkeer werd hoorbaar en ik kreeg het silhouet van Alta’s ijskathedraal in het oog. Om tien voor twaalf ‘s middags kwamen we onder groot applaus over de finish in het centrum van Alta, in dezelfde winkelstraat waar we precies een week eerder waren gestart. Een mensenmassa had zich verzameld voor de prijsuitreiking die elk moment zou beginnen. Deze grootse ontvangst was een extra bonus. Nadat de honden verzorgd waren, kon ik mij vermoeid maar tevreden aansluiten in de rij van mushers om de traditionele prijs voor Rookies in ontvangst te nemen; Een stenen gedenkplaat die wordt uitgedeeld aan alle die voor de eerste keer de 1000 km. Finnmarkslöpet uitlopen.
Nadat we zes dagen, 23 uur en 48 minuten onderweg waren geweest eindigden we op een 13e plaats van de 23 gestarte teams. We kwamen acht uur voor het afsluitingsbanket binnen. Collega musher Don Lyrek had een nog betere timing en kwam met minimale speling voor het banket binnen.

Als slotsom kan ik de Finnmarksløp aanbevelen als dé grote uitdaging voor mushers en honden. Een race over deze afstand in een ruig en verlaten landschap als de Finnmarksvidda is een uitdaging in zichzelf. Dat je daarnaast de kans krijgt om jezelf en je honden te kunnen meten met de beste mushers en Alaskan Husky teams in Europa is een extra plus. De honden hebben het bewijs geleverd dat ze de zware belasting, waar ze oorspronkelijk voor zijn gefokt, aan konden. Soms dacht ik wel dat ik 20 tot 30 jaar jonger had moeten zijn, en evenveel kilo’s lichter dan was het zowel voor mij als voor hen een stuk makkelijker geweest. Dit in betrachting genomen, vind ik dat de ze een enorme prestatie hebben geleverd door mij en mijn uitrusting over ruim 1000 kilometer voort te slepen. 
Dank jullie wel!

Dank ook aan mijn handlers; mijn partner Eveline en vrienden Annica en Nisse Uppström. Dank aan de sponsoren van de kennel die het mogelijk maakten dat we aan deze wedstrijd mee konden doen; Svensk PolarHund Klub-Nedre Norra, Norsk Siberian Husky Klub, Purina Dogman, Ateljé Nymånen, Sporthallens Sportservice en alle Siberische Husky vrienden die een hond hebben gesponsord.

  

Meer informatie over de Finnmarksløp:

www.finnmarkslöpet.no

www.workinghusky.com

website van Matti Holmgren die de FL 500 liep.

www.vargevass.com onze eigen website met het verslag van de wedstrijd.

 

Karsten Grønåss

 

Karsten liep de grote afstand, maar er zijn al veel mensen die de kortere afstand van 500 km met Siberische Husky’s liepen. Uit Scandinavië, maar ook uit o.a. Duitsland, Frankrijk en Zwitserland.

Wijzelf deden met een team van acht honden in 1995 een poging voor de 500 km.

Vanwege zieke honden stopten we na de tweede etappe: er vielen twee honden uit en voor zes honden zou de belasting te groot zijn geweest. Het laatste gedeelte van de wedstrijd vanaf Karasjok deden we mee buiten mededinging. Hyls liep met zijn team toch enkele honderden kilometers over de indrukwekkende hoogvlakte en we hebben er geweldige herinneringen aan overgehouden en er veel geleerd. 

Nies Heeringa

 

Home ] Omhoog ] Welkom bij de SHKN ]

Bijgewerkt op: 21 jun 2010