Siberian Husky Klub voor Nederland 

 Wolven

Omhoog

 

 

WOLVEN

Vroeger luisterden de Amerikaanse Eskimo’s naar het gehuil van wolven. Aan de hand daarvan konden ze een schatting maken van het aantal rendieren en wisten ze of de jacht goed zou worden.

In Europa betekende datzelfde gehuil gevaar en veroorzaakte het angst.

 

 

 

Ongeveer 40 miljoen jaar geleden leefde in Noord Amerika de oudste voorouder van de wolf en de katachtigen, Miacis. Tien miljoen jaar later verscheen Hesperocyon. Tot in Europa heeft men een groot aantal fossielen gevonden van deze eerste hondachtige, die gelijkenis vertoonde met de genetkat. Tomarctus, eveneens een voorouder van de hondachtigen, leefde 10 miljoen jaar geleden. Er werden slechts schedels en tanden van gevonden, maar paleontologen beweren dat de poten met vier aaneen gegroeide vingers sterk overeenkwamen met die van de huidige Canidae.

In West-Europa doken 3 tot 4 miljoen jaar geleden met  Canis donnezani de eerste honden op. Homo habilis bestond reeds, toen 2 miljoen jaar geleden de eerste echte wolven (Canis lupus) verschenen. Daarna moeten enorme klimaatveranderingen de aanleiding zijn geweest voor de uittocht van de grote planteneters. De wolven hebben zich in het spoor van hun prooi verspreid over Eurazië en vervolgens over Noord-Amerika, het gebied waar ooit hun verre voorouders leefden.

Algemeen ziet de wetenschap de wolf als de meest waarschijnlijke voorvader van de huishond. Vaststaat dat in de steentijd, de mens een hond (canis) als huisdier had. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa heeft men bij opgravingen 9000 tot 14000 jaar oude beenderen gevonden.

Talrijke studies over de kruising van de wolf met de poedel, jakhals of coyote hebben aangetoond dat een goed geleide selectie nieuwe rassen kan opleveren.

Het domesticeren heeft belangrijke veranderingen veroorzaakt in de inwendige organen en de zintuigen, die hun scherpte verloren. De hersenen werden 69% lichter dan die van de wolf. De hond is er niet minder intelligent door, maar heeft zich aangepast aan het huiselijk leven. “Teruggekeerd tot de natuur” vertoont hij veel gelijkenis met de wolf.

 

Wolven jagen met de neus in de wind.

Een wolf jaagt wanneer hij honger heeft. Afhankelijk van het jaargetijde en de grootte van de prooi doet hij het alleen of in een troep of pack. Ze jagen niet zoals honden met de neus laag boven de grond, maar met de oren gespitst en de neus in de wind, alert op geuren en geluiden die hen al met een lichte bries bereiken. Een wolf kan de geur van een eland over een afstand van ongeveer 300 km waarnemen. Hij blijft dan stokstijf staan met de neus in de richting van de prooi. Op dat teken heffen de andere de kop op om de geur te onderzoeken. Daarop beginnen ze allen met de staart te kwispelen en rond te springen. Vervolgens besluipen ze, ondanks de opwinding geruisloos, tegen de wind in de prooi zo dicht mogelijk.

Het grootste deel van het gedode dier wordt ter plekke verslonden; een wolf eet 9 tot 10 kg vlees per maaltijd. Op de kleinere dieren jaagt de wolf solitair. Ook vist de wolf in ondiepe wateren, waarbij hij de vissen soms, liggend aan de oever, met zijn poot uit het water slaat.

 

Dominant paar bewaart harmonie in de troep.

Het leven van de troep wordt altijd bepaald door de persoonlijkheid van het leidende paar. Meestal is dat vier of vijf jaar oud. De verdwijning van het vrouwtje veroorzaakt geen ernstige verstoring. Bij de dood van het mannetje verliest de troep echter zijn samenhang en valt dan dikwijls uit elkaar. Hoe dominanter een “goede” leider is, hoe vriendschappelijker en minder agressief de verhoudingen binnen een pack zijn. Een individu schijnt niet alleen leider te worden door leeftijd, kracht en agressie. Zijn overwicht berust veel meer op een gedrag dat zó vastbesloten is, dat het de samenhang binnen de troep versterkt.

 

Alleen leiders krijgen jongen.

Aan het eind van de winter is het vrouwtje drie weken loops. De hiërarchie wordt dan versterkt en is door de overheerste mannetjes moeilijk te aanvaarden. Eén enkel vrouwtje laat zich dekken en om dat recht wordt door de anderen gevochten. Dikwijls is de strijd tussen de mannetjes zeer hevig.

Wolven maken elkaar met een verbazingwekkende tederheid het hof. Ze bedienen zich van een zeer expressief liefdesritueel: kussen op de hals, geknabbel met de lippen en likken over wangen oren en hals. De wolvin schuurt zich tegen het mannetje; ze legt haar poten op zijn rug of haar kop op zijn schouder.

 

Gezamenlijke zorg voor de welpen

De jongen staan onder de hoede van de ouders en de gehele troep. De eerste weken houdt echter alleen de moeder zich met hen bezig. De partner en de andere wolven brengen eten naar het hol. Haar deel van de buit krijgt de wolvin in hele stukken vlees uitgebraakt. Zo leren de welpen en de troep elkaar geleidelijk kennen. Al snel leren de welpen huilen en grommen om hun voedsel op te eisen. Vanaf die tijd gaat de wolvin weg om te jagen of te rusten; de welpen worden toevertrouwd aan de zorgen van een mannelijke of vrouwelijke beschermer, die over hen waakt en met ze speelt.

 

Welpen zeer speels

Als de jongen niet eten of slapen spelen ze met elkaar, met steentjes of met bladeren. Ten opzicht van de volwassen dieren zijn het echte plaaggeesten. Deze zijn echter buitengewoon tolerant wanneer de welpen aan hun lippen hangen of op hun rug klimmen. Als ze twee maanden oud zijn, komt er een eind aan het geduld van de volwassen wolven. Echter ook als ze al bijna volwassen zijn, spelen ze nog veel. In het spel met de volwassen wolven leren ze de hiërarchie te respecteren, maar ook het uitwisselen van tederheden.

Gehuil contactmiddel met andere wolven.

Iedere troep bakent een gebied af, waaruit “vreemde” wolven worden verdreven. Ieder dier markeert met urine of uitwerpselen de grenzen van het territorium en de routes.

De wolven hebben een uitgebreide code voor gedrag, houding en mimiek. Als twee wolven uit dezelfde troep elkaar tegenkomen, toont de belangrijkste zijn rang. Om elkaar te herkennen besnuffelen wolven elkaars kop en achterlijf. Een blik doorstaan wordt als een provocatie opgevat.

De wolf gebruikt zijn stem op vijf manieren. Het meest karakteristieke is het huilen, dat meer dan acht km ver kan dragen. Ze doen dit slechts sporadisch, meestal voor of na de jacht. Zo maakt het pack zijn aanwezigheid kenbaar aan naburige troepen.

Er kan echter ook zonder aanwijsbare reden, zuiver om het plezier, worden gehuild.

De wolf blaft (opmerkzaamheid), keft (vriendschap), gromt (ruzie en waakzaamheid) of jankt (onderwerping en vriendschap). Ieder individu is te herkennen aan zijn persoonlijk, karakteristiek stemgeluid.

(Uittreksel uit: De Siberische Taiga – GvdB)

 

 

 

 

 

 

Home ] Omhoog ] Welkom bij de SHKN ]

Bijgewerkt op: 21 jun 2010